profiel

Italiaanse wijngeschiedenis

Al rond de achtste eeuw voor Christus verbouwden de Etrusken druiven in het westelijk deel van midden Italië. Terwijl circa twee eeuwen later de Grieken hun druivenstokken plantten in de kuststreken van Zuid Italië, dat zij Enotria 'land van de wijn(stok)' noemden. Na de Grieken hebben de Romeinen een enorme impuls gegeven aan de wijnbouw en vinificatie (het maken van wijn uit druivensap). Bij de ondergang van het Romeinse Rijk (476 na Christus) was de wijnbouw inmiddels verspreid over heel Italië en grote delen van Europa. Oorlogen volgden en vele wijngaarden werden vernield. Tijdens de Middeleeuwen hebben de monniken de wijnbouw en vinificatie opnieuw leven ingeblazen. Onder de vele vorsten die over het verdeelde Italië regeerden kwam de wijnbouw verder tot bloei. De vele stadsstaten en kleine koninkrijkjes hadden allemaal hun eigen wijncultuur: lokale druivenrassen, vinificatiemethoden en wijnstijlen.

Eind 19e eeuw is het grootste deel van de wijngaarden in Italië en de rest van Europa vernietigd door de druifluis. De wijnbouw is daarna helemaal opnieuw opgebouwd. Naast de traditionele inheemse druivenrassen zijn ook veel internationale rassen (o.a. cabernet sauvignon, merlot, chardonnay, sauvignon) aangeplant.

In de tweede helft van de twintigste eeuw heeft zich een ware revolutie voltrokken: mechanisatie, modernisering en automatisering deden hun intrede in de wijngaard, bij de vinificatie en de rijping van de wijn. Lag daarbij aanvankelijk het accent op de kwantiteit van de productie, sinds de jaren zestig is dat verschoven naar de kwaliteit van de wijn. Eerst in noord Italië, daarna ook in zuid Italië. Tegelijkertijd is de belangstelling voor de traditionele inheemse druivenrassen toegenomen. Steeds vaker worden de internationale rassen gerooid. Vervolgens worden de wijngaarden herplant met inheemse druivenrassen, waarvan sommigen al lang vergeten of zelfs met uitsterving bedreigd.